ECLI:NL:CRVB:2005:AT6016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vaststelling premieloon schoonmaaksters en strippers in hoger beroep tegen UWV-besluit
Appellant stelde hoger beroep in tegen uitspraken van de rechtbank Almelo inzake correctienota’s van het UWV over de jaren 1997 tot en met 1999. Het UWV had aanvullende premieheffing opgelegd omdat appellant betalingen aan schoonmaaksters en strippers niet in de loonadministratie had verantwoord. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende zorgvuldig onderzoek, waarna het UWV een nieuw besluit nam.
De Raad verklaarde het hoger beroep tegen de eerdere uitspraken niet-ontvankelijk omdat het belang van appellant was komen te vervallen. De Raad oordeelde dat het UWV terecht de loonadministratie van appellant verwierp en de premies schattenderwijs vaststelde, gelet op verklaringen, telefoontaps en andere bewijsstukken die de aanwezigheid van schoonmaaksters en strippers aannemelijk maakten.
Voor wat betreft de loonbetalingen aan de werknemer [werknemer] oordeelde de Raad anders. Het UWV had onvoldoende onderzoek gedaan naar de omvang van de werkzaamheden en verdiensten van deze werknemer, waardoor het besluit voor dit onderdeel niet in stand kon blijven. De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde recht werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard door vernietiging van het besluit voor de werknemer, maar de schatting van premieloon voor schoonmaaksters en strippers wordt gehandhaafd.