ECLI:NL:CRVB:2005:AT6012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonwaardering verhuurde woningen als loon uit dienstbetrekking
Appellante stelde bezwaar tegen de loonwaardering van twee aan werknemers verhuurde woningen, waarbij het verschil tussen de economische huurwaarde en de betaalde huurprijs als loon uit dienstbetrekking werd aangemerkt. Na een eerdere looncontrole en bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd om de gehanteerde huurwaarde aan te vechten, aangezien alleen het taxatierapport van de Belastingdienst was overgelegd. Daarnaast werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen omdat uit eerdere controles niet bleek dat de verhuur toen aan de orde was.
Verder verwierp de Raad het argument dat het besparingscriterium voor werknemerswoningen pas vanaf 2001 relevant zou zijn, en wees op de wettelijke beperking van dit criterium vanaf 1997. Ook ontbrak een beschikking van de inspecteur die een lagere waarde van het genot van de woningen vaststelde. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het verschil tussen economische huurwaarde en betaalde huurprijs als loon uit dienstbetrekking geldt.