ECLI:NL:CRVB:2005:AT6003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieplicht autokostenvergoeding directeur en proceskostenveroordeling
De zaak betreft een geschil tussen een besloten vennootschap (B.V.) en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) over de premieplichtigheid van een autokostenvergoeding van f 12.000 per jaar aan een directeur. De B.V. stelde dat deze vergoeding geen loon was, omdat deze niet rechtstreeks aan de directeur werd betaald, maar aan een andere vennootschap die de auto ter beschikking stelde.
De Raad oordeelde dat het Uwv de vergoeding terecht als loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) heeft aangemerkt, omdat de vergoeding verband hield met de directeursfunctie en premies hierover voldaan moesten worden. De vergoeding was bovenmatig, omdat deze naast een vergoeding voor zakelijke kilometers werd betaald.
De correctienota over 1997 werd vernietigd vanwege een ondubbelzinnige toezegging van het Uwv die het vertrouwensbeginsel rechtvaardigde. Voor de jaren 1998 en 1999 werden correctienota’s en boetes wegens opzet of grove schuld bevestigd, omdat de B.V. naliet om onduidelijkheden over de premieplicht aan het Uwv voor te leggen. De proceskostenveroordeling werd vernietigd omdat de directeur als intern gemachtigde geen derde partij was die rechtsbijstand verleende.
Uitkomst: Correctienota over 1997 vernietigd, correctienota’s en boetes over 1998 en 1999 bevestigd, proceskostenveroordeling vernietigd.