ECLI:NL:CRVB:2005:AT5971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-gemelde inkomsten via uitzendbureau
Gedaagde ontving een bijstandsuitkering en er werd vastgesteld dat er gedurende de uitkeringsperiode bedragen op zijn bankrekening waren gestort door twee uitzendbureaus. Deze inkomsten waren niet gemeld aan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, appellant. Appellant herzag het recht op bijstand en vorderde terugbetaling van de bijstandskosten plus een boete.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit, omdat werd aangenomen dat gedaagde niet vrijelijk over de stortingen kon beschikken. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad stelde vast dat gedaagde niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet over de bedragen kon beschikken, ondanks zijn stelling dat de betalingen voor een derde waren. De Raad vond de verklaring onvoldoende en concludeerde dat gedaagde geacht moet worden vrijelijk over de stortingen te hebben kunnen beschikken. Desondanks kon het besluit van 4 juli 2002 niet in stand blijven vanwege onjuiste periodebepaling en toepassing van de wet.
De Raad vernietigde daarom het besluit en bepaalde dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling in hoger beroep opgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand en oplegging van boete wordt vernietigd en appellant moet een nieuw besluit nemen.