ECLI:NL:CRVB:2005:AT5923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 31 augustus 1997 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. In 2002 werd deze uitkering ingetrokken omdat de arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd afgewezen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische beoordeling zorgvuldig en objectief was.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, met name dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn hartfalen, rugklachten en psychische klachten, en dat aanvullende medische informatie van artsen van de penitentiaire inrichting en een neuroloog had moeten worden ingewonnen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de medische gegevens voldoende waren en dat de arbeidskundige beoordeling standhield.
De Raad concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant inderdaad was afgenomen tot onder de 15% en dat het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering terecht was genomen. Er was geen aanleiding om het standpunt van appellant te volgen of om proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.