ECLI:NL:CRVB:2005:AT5606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over uitleg artikel 77b WAO inzake korting en vrijstelling basispremie
In deze zaak gaat het om de uitleg van artikel 77b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met betrekking tot de korting en vrijstelling van de verschuldigde basispremie over de premiejaren 1998 en 1999. De Raad van bestuur van het UWV, als appellant, stelt dat de door de rechtbank Maastricht toegepaste uitleg onjuist is, met name over de vraag of de door arbeidsgehandicapte werknemers ontvangen WAO-uitkeringen tot het loon behoren waarover de basispremie wordt berekend.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de proceskosten werden toegewezen aan de gedaagde. De Centrale Raad oordeelt echter dat de rechtbank een verkeerde uitleg heeft gegeven aan artikel 77b (oud) van de WAO. Volgens de Raad blijft het UWV als uitvoeringsinstelling de basispremie over de WAO-uitkeringen verschuldigd, en is er geen wettelijke grond om deze uitkeringen tot het loon van de werkgever te rekenen voor de toepassing van de korting en vrijstelling.
De Raad wijst ook op het gelijkheidsbeginsel dat door de gedaagde is ingeroepen, maar oordeelt dat dit niet kan leiden tot een afwijkende toepassing van de wet, ondanks eerdere verschillen in uitvoeringspraktijk tussen verschillende uitvoeringsinstellingen. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank Maastricht wordt vernietigd.