ECLI:NL:CRVB:2005:AT5468
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking aan onderzoek
Appellant ontvangt sinds 8 februari 1999 een bijstandsuitkering. Gedaagde heeft het recht op bijstand opgeschort per 3 april 2002 vanwege onvoldoende medewerking van appellant aan een onderzoek in het kader van de Wet REA. Appellant verscheen niet op meerdere oproepen en op een aangekondigd huisbezoek.
Hierop heeft gedaagde het recht op bijstand ingetrokken met ingang van 3 april 2002. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard door de voorzieningenrechter. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellant zonder geldige reden niet is verschenen op oproepen en het huisbezoek, waardoor hij onvoldoende medewerking heeft verleend.
De Raad oordeelt dat de intrekking terecht is, omdat appellant niet heeft gereageerd ondanks duidelijke waarschuwingen over de gevolgen. Er zijn geen dringende redenen om van intrekking af te zien. De uitspraak van de voorzieningenrechter wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking aan het onderzoek wordt bevestigd.