ECLI:NL:CRVB:2005:AT5460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtsgevolgen toekenning persoonsgebonden budget verstandelijk gehandicapten
Appellante, verstandelijk en lichamelijk gehandicapt en met gedragsstoornissen, ontving een persoonsgebonden budget voor verpleging en verzorging (pgb-vv) en een pgb voor verstandelijk gehandicapten (pgb-vg). In 2003 werd zij door gedaagde ingedeeld in budgetcategorie V, terwijl het Regionaal Indicatie Orgaan (RIO) had geadviseerd voor budgetcategorie VII. De voorzieningenrechter vernietigde het besluit tot toekenning van het pgb-vg, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
Het hoger beroep richtte zich tegen deze bepaling dat de rechtsgevolgen in stand blijven. De Raad oordeelde dat appellante terecht in budgetcategorie V was ingedeeld, omdat de dagbesteding die onder indicatie D valt, in natura werd verstrekt. Toekenning van budgetcategorie VII zou leiden tot dubbele vergoeding van dagbesteding. De hardheidsclausule kon niet worden toegepast omdat deze alleen geldt voor budgetcategorieën VII en VIII.
Verder verwierp de Raad het beroep op het ontbreken van tijdige kennis van het toegekende budget, aangezien de vertegenwoordiger van appellante het besluit tijdig had kunnen begrijpen en geen duidelijke toezegging was gedaan voor een hoger budget. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit tot toekenning van het pgb-vg in stand blijven.