ECLI:NL:CRVB:2005:AT5455
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over territorialiteitsvoorwaarde WUBO en EU-burgerschap
De zaak betreft twee verzoekers die als burger-oorlogsslachtoffers aanspraak maken op een periodieke uitkering en toeslagen krachtens de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Beide verzoekers zijn erkend als burger-oorlogsslachtoffer, maar hun aanvragen werden afgewezen omdat zij ten tijde van de aanvraag in Spanje waren gevestigd, waardoor zij niet voldeden aan de territorialiteitsvoorwaarde van de WUBO.
De Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) heeft de bezwaren van de verzoekers ongegrond verklaard en de anti-hardheidsclausule niet toegepast, omdat er geen sprake was van een stringente medische noodzaak of andere bijzondere omstandigheden voor hun vestiging in het buitenland. De verzoekers betogen dat de territorialiteitsvoorwaarde in strijd is met het EU-recht, met name de bepalingen over het burgerschap van de Unie en het vrije verkeer van personen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de territorialiteitsvoorwaarde een beperking kan vormen van het recht op vrij verkeer en verblijf zoals neergelegd in artikel 18 EG Pro. De Raad erkent dat de WUBO een nationale regeling is met een beperkte solidariteitsplicht, maar stelt dat de beperking mogelijk niet proportioneel is. Daarom legt de Raad de prejudiciële vraag voor aan het Hof van Justitie om te bepalen of de weigering van uitkeringen aan in het buitenland gevestigde Nederlandse burgers in strijd is met het EU-recht.
De Raad benadrukt dat de territorialiteitsvoorwaarde leidt tot ongelijke behandeling van Nederlandse onderdanen die in Nederland wonen en die zich in een andere lidstaat vestigen, wat strijdig kan zijn met de beginselen van het EU-burgerschap. De verdere behandeling van de zaak wordt aangehouden totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de territorialiteitsvoorwaarde in de WUBO en houdt de zaak aan.