ECLI:NL:CRVB:2005:AT5451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding verhuis- en herinrichtingskosten na verhuizing naar AWBZ-instelling
Appellante heeft bij de gemeente Drechterland meerdere voorzieningen aangevraagd op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), waaronder verhuis- en herinrichtingskosten, een rolstoelbus, rolstoel en aanpassingen. De gemeente wees deze aanvragen af omdat appellante inmiddels was verhuisd naar een AWBZ-instelling in de gemeente Hoorn en daardoor niet meer onder de zorgplicht van de gemeente Drechterland viel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de gemeente terecht geen vergoeding gaf voor de verhuis- en herinrichtingskosten omdat deze kosten volgens de verordening niet vergoed worden bij verhuizing naar een AWBZ-instelling. Ook werd bevestigd dat de gemeente geen zorgplicht meer had voor voorzieningen omdat appellante niet meer in haar gemeente woonde.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar verblijf in de AWBZ-instelling niet vergelijkbaar was met dat van reguliere bewoners en dat de gemeente de aanvragen niet tijdig had afgehandeld. De Raad verwierp deze argumenten en stelde dat het verblijf in de AWBZ-instelling gelijkgesteld moet worden met een AWBZ-verblijf, waardoor de gemeente terecht de vergoeding weigerde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en zag geen aanleiding om het bestuursrechtelijk herstelartikel toe te passen. De afwijzing van de overige aanvragen werd eveneens bevestigd vanwege het ontbreken van zorgplicht door de gemeente na verhuizing.
Uitkomst: De afwijzing van de vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten en overige voorzieningen wordt bevestigd omdat appellante is verhuisd naar een AWBZ-instelling en niet meer woonachtig is in de gemeente.