ECLI:NL:CRVB:2005:AT5444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld na WAO-herbeoordeling wegens psychische en somatische klachten
Appellante, voormalig productiemedewerkster, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2000 werd een belastbaarheidsprofiel opgesteld waarin rekening werd gehouden met psychische beperkingen. De arbeidsdeskundige selecteerde functies op basis van dit profiel, waarna het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage vaststelde.
In november 2001 werd appellante opnieuw onderzocht wegens nieuwe klachten, waarna de verzekeringsarts oordeelde dat zij niet (meer) ongeschikt was voor haar arbeid. Dit leidde tot weigering van ziekengeld. Appellante voerde psychische klachten aan en overhandigde een brief van haar psychiater, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde na dossieronderzoek en overleg met de huisarts dat de klachten voornamelijk sociaal bepaald waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot het aanwijzen van een deskundige. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de psychische beperkingen niet waren toegenomen. De Raad acht geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellante niet (meer) arbeidsongeschikt is voor haar eerder voorgehouden functies.