ECLI:NL:CRVB:2005:AT5438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn overschreden bij weigering ziekengeld op grond van Ziektewet
In deze zaak gaat het om een geschil over de toekenning van ziekengeld op grond van de Ziektewet. Een werkneemster, werkzaam als kapster, meldde zich na haar bevallingsverlof ziek. De werkgever ontving een besluit van de appellant waarin werd meegedeeld dat geen ziekengeld werd toegekend omdat de arbeidsongeschiktheid niet voortkwam uit de zwangerschap of bevalling.
De werknemer maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door de appellant niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van twee weken. De rechtbank had dit besluit vernietigd omdat zij oordeelde dat het geschil niet van geneeskundige aard was en dat het bezwaar daarom tijdig was ingediend.
De Centrale Raad van Beroep herroept deze uitspraak en stelt dat het geschil wel degelijk een geschil van geneeskundige aard is, omdat het gaat om de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid. Hierdoor is de kortere bezwaartermijn van toepassing en was het bezwaar te laat ingediend. De Raad acht geen reden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen en verklaart het bezwaar terecht niet-ontvankelijk.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee het besluit tot weigering van ziekengeld in stand blijft.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot weigering van ziekengeld is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.