ECLI:NL:CRVB:2005:AT5262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag voor uitwonende kinderen in verband met onderwijs
Appellant, woonachtig in Nederland, vordert kinderbijslag voor zijn kinderen die vanwege onderwijs uitwonend zijn in een andere plaats. De Sociale verzekeringsbank (SVB) had aanvankelijk kinderbijslag toegekend voor kinderen die bij hun moeder in het buitenland woonden, maar geweigerd voor kinderen die uitwonend waren verklaard. De SVB baseerde zich daarbij op beleidsregels die kinderen jonger dan 16 jaar niet als zelfstandig uitwonend beschouwen.
Na onderzoek ter plaatse en diverse beslissingen op bezwaar bleef de SVB weigeren kinderbijslag toe te kennen voor twee kinderen over bepaalde kwartalen, omdat appellant niet kon aantonen dat hij hen grotendeels onderhield. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het huishouden van appellant als uitgangspunt werd genomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de feitelijke situatie bepalend is en dat de beleidsregel van de SVB te beperkt is. De kinderen woonden feitelijk uitwonend in een woning vergelijkbaar met een studentenhuis, en behoorden niet tot het huishouden van hun broer. De Raad verklaart het beroep tegen het laatste besluit gegrond, vernietigt dit besluit en beveelt een nieuwe beslissing. Tevens veroordeelt de Raad de SVB tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het tweede besluit wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.