ECLI:NL:CRVB:2005:AT5223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beperkingen en verlies aan verdiencapaciteit bij WAZ-uitkering bakker
Appellant, een bakker die ernstige lichamelijke klachten ontwikkelde, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde dat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was en wees de aanvraag af. De rechtbank bevestigde dit standpunt.
In hoger beroep betwistte appellant de beoordeling van zijn beperkingen en het verlies aan verdiencapaciteit, onderbouwd met medische verklaringen. De Raad schakelde een deskundige in die stelde dat appellant weliswaar beperkingen had, maar nog maximaal 8 uur per dag arbeid kon verrichten. Sommige functies waren echter te belastend.
De Raad constateerde dat het UWV ten onrechte geen rekening hield met het maximale maatmaninkomen per uur en bepaalde dat het verlies aan verdiencapaciteit daardoor groter was dan eerder vastgesteld. Ook wees de Raad op het onjuist toepassen van toeslagen voor afwijkende werktijden.
De uitspraak en het besluit van het UWV werden vernietigd. Het UWV moet een nieuw besluit nemen dat rekening houdt met de juiste beperkingen en het juiste maatmaninkomen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de juiste beperkingen en verdiencapaciteit.