ECLI:NL:CRVB:2005:AT5220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens benadelingshandeling bij verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst
Appellante was sinds 1992 werkzaam bij Vriens Consulting B.V. en trad in 2000 in dienst bij Vriens Beheer B.V. Na een bedrijfsactiviteitsovername ontstond voor haar geen werk meer, waarna de werkgever een ontslagvergunning aanvroeg. Appellante was gedeeltelijk arbeidsongeschikt en meldde zich ziek in maart 2002. Zij diende een verzoek tot ontbinding van haar arbeidsovereenkomst in, waarna de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbond met een vergoeding.
Het UWV weigerde haar een Ziektewetuitkering omdat zij door haar handelen het Algemeen Werkloosheidsfonds zou benadelen, wat een benadelingshandeling vormt volgens artikel 45 ZW Pro. Appellante stelde dat zij het ontslag niet zelf had genomen en dat ook de werkgever een ontbindingsverzoek had ingediend, waardoor geen benadelingshandeling zou zijn. Ook voerde zij psychische problemen aan en vroeg zij om een WW-uitkering.
De Raad oordeelde dat het verzoek tot ontbinding na het intreden van arbeidsongeschiktheid een benadelingshandeling is. Het feit dat ook de werkgever een verzoek indiende, maakt dit niet anders. Appellante had het verzoek kunnen intrekken en verweer kunnen voeren. Medische verklaringen toonden geen zodanige psychische toestand dat het ontslag haar niet kon worden aangerekend. Dringende redenen om af te zien van de maatregel waren niet aannemelijk. De aanspraken uit de WW konden in dit geding niet worden beoordeeld.
De Raad bevestigde daarom het besluit tot weigering van de Ziektewetuitkering en verwierp het hoger beroep van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens benadelingshandeling.