ECLI:NL:CRVB:2005:AT5179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen dienstbetrekking tussen schipper en deelvisser bij handkokkelvisserij
De zaak betreft hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar die het beroep van gedaagde gegrond verklaarde. Het geschil draait om de vraag of betrokkene, die als deelvisser met eigen middelen en vergunningen meevoer op het vissersvaartuig van gedaagde, in dienstbetrekking stond tot gedaagde.
De feiten zijn onbetwist: gedaagde is schipper en eigenaar van een vissersvaartuig en vist zowel op harders als handkokkels. Betrokkene beschikte over eigen vismiddelen en een eigen kokkelvergunning, en ving zijn vangst apart die buiten de visafslag werd verkocht. De rechtbank oordeelde dat het individuele karakter van de handkokkelvisserij en het ontbreken van gezag een dienstbetrekking uitsluiten.
De Raad onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat ook bij de hardervisserij geen gezagsverhouding is gebleken. De samenwerking was complementair maar niet gezagsgebonden. Betrokkene werkte feitelijk zelfstandig en had geen aanspraak op een aandeel in de gezamenlijke besomming. De besluiten van het Uitvoeringsinstituut worden vernietigd en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat tussen gedaagde en betrokkene geen dienstbetrekking bestond en vernietigt de opgelegde correctie- en boetenota’s.