ECLI:NL:CRVB:2005:AT4999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische beperkingen appellant
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd verlaagd van 65-80% naar 25-35%, met als grond dat zijn beperkingen door heup-, knie- en enkelklachten onderschat waren en hij niet meer dan 20 uur per week kon werken. Hij wees op een geplande heupoperatie en een totalhip-operatie die hij had ondergaan.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat plaatsing op een wachtlijst voor een operatie geen toegenomen beperkingen impliceert en appellant geen medische onderbouwing had geleverd die afweek van het oordeel van de verzekeringsarts. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, maar leverde geen aanvullende medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de vastgestelde belastbaarheid niet werd overschreden door de beperkingen van appellant. Het feit dat appellant tot aan de knieoperatie zijn werkzaamheden als chauffeur en hulpkracht voortzette, ondersteunde dit oordeel. De Raad vond geen aanwijzingen dat de plaatsing op de wachtlijst of de totalhip-operatie de belastbaarheid verminderden. De herziening van de WAO-uitkering werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.