ECLI:NL:CRVB:2005:AT4946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- H.J. de Mooij
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde leenbijstand zelfstandige
Appellant, een zelfstandige, ontving in de periode van 1 oktober 1999 tot en met 31 december 2000 bijstand in de vorm van een lening op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz). Gedaagde stelde bij besluit van 15 februari 2002 de bijstand over 2000 definitief vast, waarbij een bedrag van €8.901,62 als terugvordering werd vastgesteld. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door gedaagde en de rechtbank.
In hoger beroep betwist appellant de juistheid van de gebruikte jaarstukken en overlegt een herziene winst- en verliesrekening. De Raad oordeelt echter dat de oorspronkelijke jaarstukken een juiste weergave van de financiële situatie geven en dat de herziene stukken, zonder toelichting en zonder erkenning door de Belastingdienst, onvoldoende zijn om het besluit aan te passen.
Verder vindt de Raad geen aanwijzingen dat gedaagde rechtens te honoreren verwachtingen heeft gewekt. Een medewerker had appellant reeds in november 2000 geïnformeerd over de bedrijfsresultaten en mogelijke terugvordering. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €8.901,62 blijft gehandhaafd.