ECLI:NL:CRVB:2005:AT4945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vaststelling peildatum kinderbijslag en arbeidsongeschiktheid zoon
Appellante, een vluchtelinge uit Irak, vroeg kinderbijslag aan voor haar zoon die sinds eind 2001 geen onderwijs meer volgde vanwege psychische klachten. Gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, wees de aanvraag af vanaf het vierde kwartaal 2001 op basis van een rapport van een verzekeringsarts die telefonisch met de zoon sprak en concludeerde dat hij arbeidsgeschikt was.
Appellante voerde aan dat haar zoon onder behandeling was van een psychiater en dat er sprake was van een depressieve stoornis, hetgeen door een verklaring van de psychiater werd bevestigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad oordeelde dat het besluit voor het eerste kwartaal 2002 op een ondeugdelijke feitelijke grondslag rust en vernietigd moet worden.
De Raad stelde dat het advies van de verzekeringsarts onvoldoende zorgvuldig was omdat het uitsluitend op een telefonisch gesprek was gebaseerd en dat gedaagde niet zonder meer dit advies mocht volgen. De Raad veroordeelde gedaagde tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.