ECLI:NL:CRVB:2005:AT4943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dag van opzegging bij overname loonbetalingsverplichting werkgever
In deze zaak stond de vaststelling van de dag van opzegging van het dienstverband van appellant centraal, nadat het UWV de loonbetalingsverplichting van zijn werkgever had overgenomen. De werkgever had appellant op 17 juli 2000 ontslag aangezegd, maar het UWV stelde dat de dienstbetrekking pas op 28 augustus 2000 redelijkerwijs had kunnen worden opgezegd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de verkorte ontslagprocedure had moeten worden toegepast, maar de Raad oordeelde dat dit niet evident was.
De Raad concludeerde dat het UWV in redelijkheid 28 augustus 2000 als dag van opzegging mocht aanmerken, conform artikel 64 van Pro de Werkloosheidswet. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
De uitspraak bevestigt de toepassing van de reguliere ontslagprocedure en benadrukt het belang van een zorgvuldige vaststelling van de dag van opzegging bij overname van loonbetalingsverplichtingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat 28 augustus 2000 terecht is vastgesteld als dag van opzegging van het dienstverband.