ECLI:NL:CRVB:2005:AT4941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens overschrijding gebruikelijke vakantieduur in buitenland
Appellant ontving een bijstandsuitkering en verzocht om met behoud van uitkering op vakantie te gaan. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde dat bijstand alleen wordt verleend bij een verblijf in het buitenland van maximaal vier weken per jaar, tenzij men tot een speciale leeftijdscategorie behoort. Appellant verbleef langer dan deze gebruikelijke vakantieduur, waarna de uitkering werd beëindigd.
Appellant keerde later terug en kreeg de uitkering weer toegekend, maar het bezwaar tegen de eerdere beëindiging werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de Regeling gebruikelijke vakantieduur correct is toegepast en dat appellant niet tot de uitzonderingscategorie behoorde.
De medische klachten van appellant werden niet als voldoende dringende reden erkend om af te wijken van de regels. De Raad oordeelde dat de beëindiging van de bijstandsuitkering terecht was en dat het College niet verplicht was bijstand te verlenen gedurende de langere verblijfperiode in het buitenland.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van appellant is terecht beëindigd vanwege verblijf buiten Nederland langer dan de gebruikelijke vakantieduur zonder geldige medische noodzaak.