ECLI:NL:CRVB:2005:AT4919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing proceskostenvergoeding wegens ontbreken van in aanmerking komende kosten
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Breda waarin geen proceskostenvergoeding werd toegekend. Zij stelden dat het inroepen van professionele juridische rechtsbijstand gerechtvaardigd was en dat er kosten waren gemaakt die volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.
Gedaagde heeft echter gesteld dat de Stichting Juridische E.H.B.O. Tilburg geen kosten in rekening brengt voor rechtshulp, hetgeen door de Raad niet werd betwijfeld. Tevens hebben appellanten hun stelling niet met concrete en verifieerbare stukken onderbouwd.
De Raad oordeelt dat op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht geen sprake is van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen indien geen kosten zijn verschuldigd voor de dienstverlening van de gemachtigde. Daarom wordt de aangevallen uitspraak bevestigd en is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen proceskostenvergoeding wordt toegekend omdat niet is gebleken dat appellanten kosten hebben gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.