ECLI:NL:CRVB:2005:AT4916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijke aansprakelijkheid en vaststelling aflossingsbedrag bij terugvordering bijstandskosten ex-partner
Appellant is door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groesbeek hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de terugbetaling van een bedrag van 17.838,94 gulden, dat ten onrechte ten behoeve van zijn ex-partner aan bijstandskosten is betaald over de periode van 1 maart 1999 tot 30 november 1999. Tevens is het aflossingsbedrag vastgesteld op 563 gulden per maand met ingang van 1 juni 2001.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat de vaststelling van de hoofdelijkheid en het aflossingsbedrag onjuist was. De Centrale Raad van Beroep heeft het bezwaar van appellant onderzocht en oordeelde dat de draagkracht van appellant correct was vastgesteld door eerst de toepasselijke bijstandsnorm op het inkomen in mindering te brengen, vervolgens de aanvullende premie ziekenfonds en premie uitvaartverzekering af te trekken, en daarna de helft van het resterende bedrag als aflossingscapaciteit te hanteren met een toeslag van 6% van de bijstandsnorm.
De Raad achtte het aflossingsbedrag van 563 gulden per maand redelijk en in overeenstemming met het beleid en de normen van de Nederlandse Vereniging voor Kredietwezen. Verder werden door appellant aangevoerde kosten niet meegenomen wegens gebrek aan verifieerbare gegevens. De Raad liet de grieven over de vaststelling van de gezamenlijke huishouding en de hoogte van de terugvordering buiten beschouwing. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak van de rechtbank Arnhem werd bevestigd, waarmee de hoofdelijke aansprakelijkheid en het aflossingsbedrag ongewijzigd bleven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid en het aflossingsbedrag van 563 gulden per maand.