ECLI:NL:CRVB:2005:AT4865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen met ontslaguitkering
Appellante was sinds 1984 in dienst van de gemeente Westervoort en werkte sinds 1999 als administratief medewerkster. Vanaf eind 1999 ontstonden problemen op het werk, die in april 2000 leidden tot ziekteverzuim en een arbeidsconflict. Pogingen tot werkhervatting en bemiddeling mislukten, waarna appellante zich in maart 2001 op de werkplek meldde en werd geschorst.
De gemeenteraad verleende in juni 2001 eervol ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen met een ontslaguitkering, wat door het college in juli 2001 werd uitgevoerd. Na bezwaar werd de uitkering verhoogd en werd een WW-uitkering en bovenwettelijke uitkering gegarandeerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stond centraal of de arbeidsverhoudingen blijvend verstoord waren en of het college het ontslag en de uitkering in redelijkheid had toegekend. De Raad oordeelde dat de verhoudingen inderdaad blijvend verstoord waren, mede door het mislukken van mediation en escalatie door appellante zelf. Het college had een aandeel in het ontstaan van het conflict door te lang te wachten met terugkeeracties, maar had daarna adequaat gehandeld.
De Raad vond dat appellante onvoldoende coöperatief was en dat het gedrag van appellante het conflict deed escaleren. Gezien de omstandigheden was de ontslaguitkering passend en was het college bevoegd het ontslag te verlenen. De bestreden besluiten en uitspraak werden bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag wegens verstoorde arbeidsverhoudingen met ontslaguitkering wordt bevestigd.