ECLI:NL:CRVB:2005:AT4863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot terugkeer in hogere salarisschaal na reorganisatie waterschap
Appellant was sinds 1975 werkzaam als klaarmeester en werd later overgeplaatst naar de functie van mechanisch monteur, waarbij hem een salarisperspectief werd toegezegd dat gelijk was aan dat van zijn oude functie. In 1991 werd appellant bevorderd naar uitloopschaal 7. Na een interne reorganisatie in 1997 werd appellant opnieuw aangesteld in een lagere schaal, maar behield hij zijn salaris behorende bij uitloopschaal 7.
Appellant verzocht in 2002 om terugwerkende kracht tot 1997 voor indeling in functieschaal 7, naar aanleiding van een functiewaardering in 1998 die de functie van klaarmeester op schaal 7 plaatste. Dit verzoek werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant wel degelijk belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling, omdat hij streeft naar indeling in uitloopschaal 8, een hogere schaal dan waarin hij feitelijk is geplaatst. De Raad stelt dat het eerdere besluit van 1997 rechtens onaantastbaar is en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen. Het verzoek om terugkeer in een hogere schaal wordt daarom afgewezen. De Raad bepaalt dat het Waterschap Rivierenland het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het Waterschap Rivierenland om niet terug te komen op de indeling in functieschaal 7 wordt bevestigd.