ECLI:NL:CRVB:2005:AT4807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten en woninginrichting
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van verhuizing en inrichting van een woning, waaronder vloerbedekking, verf, een pannenset, bed, matras en eetkamertafel met stoelen. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij reeds een lening had afgesloten bij de Stadsbank Haarlem, die als een toereikende en passende voorliggende voorziening werd aangemerkt.
De Raad stelde vast dat de verhuizing noodzakelijk was, maar dat niet alle opgevoerde kosten als bijzondere, noodzakelijke kosten konden worden aangemerkt. De kosten voor vloerbedekking werden als redelijk erkend, terwijl andere kosten, zoals voor meubels, niet voldoende werden onderbouwd. De lening bij de Stadsbank bood ook ruimte voor de aanschaf van verf en een pannenset.
De Raad oordeelde dat geen sprake was van een noodsituatie die bijzondere bijstand zou rechtvaardigen, zoals bedoeld in artikel 17 van Pro de Algemene bijstandswet. Daarom was het college van burgemeester en wethouders bevoegd de aanvraag af te wijzen en de rechtbank had dit oordeel terecht bevestigd. De Raad wees ook proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor verhuiskosten en woninginrichting wordt afgewezen omdat een lening bij de Stadsbank als toereikende voorliggende voorziening geldt.