ECLI:NL:CRVB:2005:AT4800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en geen duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving sinds april 2000 een bijstandsuitkering voor alleenstaande ouders. Na signalen dat zij samenwoonde met haar echtgenoot, voerde de sociale recherche een uitgebreid onderzoek uit, inclusief dossieronderzoek, observaties, huisbezoeken en verhoren. Op basis hiervan besloot het College van burgemeester en wethouders de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en de kosten terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, stellende dat zij niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot en de inlichtingenverplichting had geschonden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel gescheiden leefde en de plicht correct had nageleefd.
De Raad oordeelt dat duurzaam gescheiden leven vereist dat de echtelieden hun leven gescheiden en als niet-gehuwd leiden, en dat dit door ten minste één van hen bestendig wordt bedoeld. Uit het onderzoek bleek dat de echtgenoot nog op het adres stond ingeschreven, regelmatig werd gezien bij appellante, en persoonlijke bezittingen in de woning aanwezig waren. Dit wijst op geen duurzame scheiding.
Daarom moet appellante als onderdeel van een gezin worden beschouwd en had zij geen recht op bijstand als alleenstaande ouder. Haar melding dat de echtgenoot de woning had verlaten was onjuist of onvolledig, waardoor zij de inlichtingenverplichting schond. De intrekking en terugvordering zijn terecht en de Raad ziet geen reden om hiervan af te wijken. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd wegens het ontbreken van duurzaam gescheiden leven en schending van de inlichtingenverplichting.