ECLI:NL:CRVB:2005:AT4793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding vermogen en bedrijfsexploitatie
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand sinds december 1994. Gedaagde ontdekte via notariële akte en belastinggegevens dat appellant eigenaar was van onroerende zaken en een agrarisch bedrijf exploiteerde, zonder dit te melden. Hierdoor werd de bijstand vanaf juli 2000 geblokkeerd en later ingetrokken met terugvordering van de kosten over de periode 1995-2000.
Appellant voerde aan dat zijn zoon het vermogen beheerde en het bedrijf exploiteerde, maar de Raad stelde vast dat appellant zelf juridisch eigenaar was en het bedrijf dreef. Dit bleek uit notariële aktes, belastingaangiften, adviezen van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen, en bankafschriften. Appellant had zijn inlichtingenplicht geschonden door geen correcte gegevens te verstrekken.
De Raad oordeelde dat de terugvordering terecht was omdat appellant onmiskenbaar relevante informatie achterhield, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering bevestigd.