ECLI:NL:CRVB:2005:AT4760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugkomen van weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht om terug te komen van het besluit van 15 oktober 1979 waarin hem een WAO-uitkering werd geweigerd. Dit verzoek werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die aanleiding gaven het eerdere besluit te herzien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Appellant had onder meer aangevoerd dat hij in loondienst was geweest bij een orkest en dat dit een nieuw feit zou zijn, maar dit was al in eerdere procedures aan de orde geweest. Ook een verklaring van een getuige die pas in beroep was overgelegd, werd niet als nieuw feit erkend.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan in beginsel bevoegd is om een verzoek tot terugkomen van een besluit te heroverwegen, maar dat bij handhaving van het oorspronkelijke besluit de rechter zich moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. Aangezien appellant dit niet aannemelijk had gemaakt, bleef het oorspronkelijke besluit van weigering van de WAO-uitkering in stand.
De Raad wees tevens op de bewijsnood die appellant zelf heeft veroorzaakt door het lange tijdsverloop en het niet tijdig overleggen van relevante verklaringen. Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het besluit van 1979 wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.