ECLI:NL:CRVB:2005:AT4666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding studiekosten wegens overschrijding aanvraagtermijn Wet REA
Gedaagde, lijdend aan een aangeboren hartafwijking, heeft in 1993 zijn studie orkestdirectie gestaakt en is gestart met een HBO-opleiding logopedie, die hij in 1999 succesvol afrondde. In 2000 vroeg hij vergoeding van studiekosten aan bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), maar deze aanvraag werd afgewezen omdat de kosten meer dan een jaar voor de aanvraagdatum waren gemaakt.
De rechtbank had de afwijzing deels vernietigd omdat de wettelijke grondslag voor afwijzing wegens termijnoverschrijding ontbrak. Het Uwv ging in hoger beroep en stelde dat artikel 7 van Pro de Regeling aanvraagtermijnen Wet REA wel degelijk de afwijzing rechtvaardigt. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Regeling op goede grond is vastgesteld en dat de termijnoverschrijding terecht is toegepast.
De Raad benadrukte dat gedaagde de aanvraag veel eerder had moeten indienen, zeker gezien het feit dat hij de opleiding met succes had afgerond. Ook wees de Raad erop dat de Wet REA van toepassing is op de aanvraag van 2000 en dat geen aanleiding bestaat tot een ruimere interpretatie die de termijnoverschrijding zou kunnen omzeilen.
Daarmee blijft het besluit van het Uwv in stand en hoeft geen nieuw besluit te worden genomen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover die het besluit van het Uwv vernietigde.
Uitkomst: De afwijzing van de vergoeding van studiekosten wegens overschrijding van de aanvraagtermijn blijft in stand.