ECLI:NL:CRVB:2005:AT4532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- C.P.M. van der Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling gedifferentieerde premie WAO ondanks beroep werkgever
Appellante betwistte de vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO over 2002, omdat deze was gebaseerd op een gemiddelde premieloonsom over vier in plaats van vijf jaren en omdat zij meende dat dit tot rechtsongelijkheid leidde. Tevens voerde zij aan dat de WAO-uitkering aan een ex-werknemer ten onrechte of te hoog was toegekend, mede omdat deze een passend arbeidspakket had afgewezen.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en verwees naar eerdere uitspraken waarin de berekeningswijze werd bevestigd. In hoger beroep stelde appellante dat de regeling inbreuk maakte op haar grondwettelijk recht op vrij ondernemerschap en dat sprake was van schending van artikel 6 EVRM Pro.
De Raad oordeelde dat het beroep niet gegrond kan worden verklaard op gronden die zien op de toekenning of hoogte van de WAO-uitkering zelf, omdat artikel 87e WAO dit uitsluit. De werkgever kan echter wel de relevante feiten en regeltoepassing omtrent de uitkering aan de rechter voorleggen.
Verder stelde de Raad dat de gedifferentieerde premie geen strafrechtelijke sanctie is en dat geen sprake is van schending van artikel 6 EVRM Pro. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, en het beroep van appellante werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO en wijst het hoger beroep van de werkgever af.