ECLI:NL:CRVB:2005:AT4335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij WW-uitkering
Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat het maandelijkse loonbedrag in de eerdere uitspraak onjuist was weergegeven, omdat hij achterstallig loon bij de burgerlijke rechter wil vorderen. De rechtbank had vastgesteld dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking met Dagblad De Telegraaf en een maandloon van € 4.537,80.
De Raad overwoog dat alleen rechtsvragen kunnen worden beantwoord indien er een geschil is over een besluit van een bestuursorgaan. Nu appellant zich kan verenigen met het oordeel over de dienstbetrekking en het loonbedrag niet bindend is, is er geen geschil meer. Bovendien heeft gedaagde appellant bij een nieuwe beslissing op bezwaar een WW-uitkering toegekend naar het maximumdagloon.
De Raad merkt op dat een procedure bij de burgerlijke rechter losstaat van deze bestuursrechtelijke procedure en dat appellant geen direct belang heeft bij een beslissing van de Raad met betrekking tot het loonbedrag. Daarom verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.