ECLI:NL:CRVB:2005:AT4036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens opheffing functie ondanks geschil over hoorplicht
Appellant was sinds 1986 bij de Erasmus Universiteit Rotterdam in dienst als universitair docent en richtte zich vanaf 1997/1998 volledig op onderzoek. Na een wijziging in het profiel van zijn vakgroep, waarbij de focus verschoof naar bedrijfskundige vraagstukken, werd zijn functie feitelijk niet meer vervuld. De universiteit besloot de functie formeel op te heffen en sprak ontslag uit wegens opheffing van de functie.
Appellant voerde aan dat hij niet was gehoord voorafgaand aan het besluit tot opheffing en dat de hoorplicht was geschonden. De Raad oordeelde dat de hoorplicht volgens artikel 4:8 Awb Pro niet vereist dat nader overleg over alternatieve oplossingen plaatsvindt en dat het besluit terecht was genomen gezien het feit dat de functie feitelijk was komen te vervallen.
Verder stelde appellant dat er sprake was van een reorganisatie en dat het herplaatsingsonderzoek onvoldoende zorgvuldig was. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat geen sprake was van een reorganisatie in de zin van de CAO NU en dat het herplaatsingsonderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ook al werd de medische situatie van appellant buiten beschouwing gelaten.
De Raad vond geen aanwijzingen voor andere dan zakelijke motieven bij het besluit en wees het hoger beroep af, waarmee het ontslag werd bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag wegens opheffing van de functie wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.