ECLI:NL:CRVB:2005:AT3945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering maandelijkse rente en aflossing leenbijstand onder krediethypotheek
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden waarin het beroep tegen de vaststelling van het maandelijkse terug te betalen bedrag van leenbijstand werd afgewezen. De gemeente had het bedrag vastgesteld op basis van geldende wet- en regelgeving, rekening houdend met het netto-inkomen van appellant boven de bijstandsnorm.
Appellant voerde aan dat hem mondeling toezeggingen waren gedaan dat de leenbijstand niet zou worden teruggevorderd. De Raad oordeelde echter dat geen sprake was van een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging waarop een beroep op het vertrouwensbeginsel kon worden gebaseerd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de terugvordering van de leenbijstand rechtmatig is. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De zaak betreft de terugvordering van leenbijstand verstrekt onder verband van krediethypotheek, waarbij de maandelijkse betaling werd vastgesteld op € 27,03.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 12 april 2005, waarbij de belangen van appellant en de gemeente Leeuwarden werden afgewogen aan de hand van de toepasselijke regelgeving en het vertrouwensbeginsel.
De Raad concludeerde dat de gemeente correct heeft gehandeld en dat het beroep van appellant ongegrond is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de gemeente terecht de maandelijkse terugbetaling van leenbijstand heeft vastgesteld en wijst het beroep van appellant af.