ECLI:NL:CRVB:2005:AT3854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid na medische beoordeling
Appellant was tot eind november 2001 werkzaam bij Philips Domestic Appliances and Personal Care BV en meldde zich per 1 december 2001 ziek vanwege rugklachten. Een verzekeringsarts verklaarde hem op 22 mei 2002 hersteld voor zijn werk, waarna de Ziektewet-uitkering per 25 mei 2002 werd stopgezet. In bezwaar en beroep werd deze beslissing gehandhaafd.
De rechtbank en de Raad baseerden zich op medische rapporten, waaronder die van een verzekeringsarts en een orthopedisch chirurg, die geen beperkingen voor arbeidsgeschiktheid vaststelden. Hoewel sprake was van een centrale hernia en functionele rugklachten zonder aanwijsbare oorzaak, concludeerden deskundigen dat deze geen reden waren voor arbeidsongeschiktheid.
De Raad wees ook op een mogelijke psychologische problematiek, maar achtte dit onvoldoende voor het toekennen van een uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid.