ECLI:NL:CRVB:2005:AT3834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid werkgever in beroep tegen besluit Ziektewet wegens toepassing artikel 2a ZW
Appellante, een werkgever, was tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) in beroep gegaan waarin de verstrekking van ziekengeld aan haar werkneemster werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de werkgever niet als belanghebbende werd beschouwd. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De zaak betrof een besluit van 19 oktober 2001 waarin het UWV weigerde ziekengeld toe te kennen aan de werkneemster vanaf 29 september 2001, omdat zij niet wegens zwangerschap of bevalling arbeidsongeschikt werd geacht. De werkgever had bezwaar gemaakt, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank stelde dat de werkgever geen belanghebbende was en wees het beroep af.
De Raad verwijst naar de strekking van artikel 2a van de Ziektewet, dat de privacy van de werknemer beschermt bij besluiten over arbeidsongeschiktheid. Dit artikel bepaalt dat alleen de werknemer belanghebbende is bij dergelijke besluiten, ook als het gaat om de aard en oorzaak van de arbeidsongeschiktheid. Omdat dit artikel destijds van toepassing was, kon de werkgever niet als belanghebbende worden aangemerkt. De Raad zag geen reden om hiervan af te wijken en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende is op grond van artikel 2a van de Ziektewet.