ECLI:NL:CRVB:2005:AT3818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een zelfstandig meubelmaker, viel in 1996 uit door een whiplash na een auto-ongeluk. Na medische en arbeidsdeskundige onderzoeken werd de aanvraag voor een WAZ-uitkering in 2000 geweigerd wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank bevestigde dit besluit in 2003, maar appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het eerdere besluit van 1997 dat de arbeidsongeschiktheid onvoldoende was, waarbij de medische rapporten van onafhankelijke deskundigen werden gevolgd. Wel werd het besluit van 2002 vernietigd omdat het niet voldeed aan de eis van ten minste drie verschillende functies voor de arbeidskundige beoordeling, waardoor appellant recht heeft op een volledige WAZ-uitkering vanaf 1 oktober 1999.
De Raad veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. Tevens werd de wettelijke rente over de te laat betaalde uitkering toegewezen. De uitspraak benadrukt het belang van correcte juridische grondslagen en zorgvuldige arbeidskundige beoordeling bij sociale zekerheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het eerste besluit wordt bevestigd, het tweede besluit vernietigd en appellant krijgt een volledige WAZ-uitkering vanaf 1 oktober 1999 toegewezen.