ECLI:NL:CRVB:2005:AT3680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Opleggen korting op WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
De zaak betreft een geschil over een maatregel op de WW-uitkering van gedaagde wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode van november tot december 2001. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), legde een korting van 20% op de uitkering op omdat gedaagde niet voldeed aan de sollicitatieplicht zoals voorgeschreven in artikel 24 van Pro de Werkloosheidswet (WW).
De rechtbank Assen had het beroep van gedaagde gegrond verklaard en het besluit vernietigd omdat appellant het causaal verband tussen het niet voldoen aan de sollicitatieplicht en het voortduren van de werkloosheid onvoldoende had aangetoond. De Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel en stelde vast dat gedaagde in de betreffende periode geen enkele concrete sollicitatie had verricht, terwijl zij geacht werd ten minste één sollicitatieactiviteit per week te verrichten.
Gedaagde voerde aan dat haar arbeidsongeschiktheid en beperkte mogelijkheden op de arbeidsmarkt het causaal verband zouden doorbreken. De Raad oordeelde echter dat er ondanks haar beperkingen voldoende mogelijkheden waren voor passend werk, zoals ongeschoold werk en licht productiewerk, en dat er geen reden was om het causaal verband te ontkennen.
Daarom concludeerde de Raad dat gedaagde de sollicitatieplicht niet was nagekomen en dat de opgelegde korting terecht was. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt gehandhaafd.