ECLI:NL:CRVB:2005:AT3610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewijzigde Wajong-uitkering wegens strijd met Awb
Appellant ontving een Wajong-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Na een melding van verslechtering van zijn medische toestand werd bij besluit van 20 mei 2003 vastgesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef. Appellant maakte bezwaar, waarop een arbeidsdeskundige rapporteerde dat zijn toestand stationair was gebleven. Het bezwaar werd gegrond verklaard en het besluit van 20 mei 2003 ingetrokken, met de mededeling dat een nieuw onderzoek zou plaatsvinden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde dat het niet aanvaardbaar is dat belanghebbende na een gegrondverklaring van bezwaar in het ongewisse wordt gelaten over de betekenis daarvan voor het oorspronkelijke besluit, hetgeen in strijd is met artikel 7:11 Awb Pro.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat gedaagde een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.