ECLI:NL:CRVB:2005:AT3550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing verzoek tot herziening bijstandsbesluit wegens vermogensoverschrijding
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin het beroep tegen het besluit van 9 december 2002 ongegrond werd verklaard. Dit besluit betrof de afwijzing van haar verzoek om terug te komen van het eerdere besluit van 23 mei 2001, waarbij haar recht op bijstand over een periode in 1998 werd herzien en teruggevorderd wegens een te hoog vermogen.
De Raad stelt vast dat het oorspronkelijke besluit onherroepelijk is geworden omdat het bezwaar tegen dat besluit niet-ontvankelijk was verklaard wegens termijnoverschrijding en er geen beroep tegen is ingesteld. Het bestuursorgaan is bevoegd om een verzoek tot herziening inhoudelijk te behandelen, maar bij handhaving van het besluit kan de rechter zich slechts richten op nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.
Appellante voerde aan dat bepaalde bedragen vanwege bijzondere herkomst buiten beschouwing hadden moeten blijven, maar deze feiten waren al bekend en hadden in het bezwaar ingebracht kunnen worden. De Raad oordeelt dat het bestuursorgaan niet onredelijk heeft gehandeld en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van het bijstandsbesluit wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.