ECLI:NL:CRVB:2005:AT3524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijk dienstverband leraar en weigering WW- en bovenwettelijke uitkering
Appellant, een leraar economie met een tijdelijk dienstverband van 26 uur per week, verzocht om een WW-uitkering en een bovenwettelijke uitkering na beëindiging van zijn dienstverband per 1 april 2001.
De Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank Dordrecht dat appellant niet voldoet aan de referte-eis voor het verkrijgen van een WW-uitkering, omdat hij onvoldoende gewerkte weken kan aantonen in de voorafgaande periode. Hierdoor komt appellant ook niet in aanmerking voor de bovenwettelijke uitkering op grond van het Besluit Bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijs personeel.
Appellant voerde in hoger beroep geen nieuwe feiten of gronden aan die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden. De Raad ziet daarom geen reden om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigt de weigering van beide uitkeringen.
De Raad acht een proceskostenveroordeling niet op zijn plaats.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering en de bovenwettelijke uitkering wegens onvoldoende arbeidsverleden.