ECLI:NL:CRVB:2005:AT3487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldige beëindiging dienstverband bij aflopen arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
De zaak betreft een geschil over de rechtsgeldigheid van de beëindiging van het dienstverband van gedaagde, die werkzaam was bij een werkgever op basis van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Het dienstverband eindigde per 1 januari 2002 omdat de arbeidsovereenkomst niet werd verlengd wegens gebrek aan werk. Gedaagde diende een aanvraag in voor een WW-uitkering, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd afgewezen omdat volgens appellant geen rechtsgeldige beëindiging had plaatsgevonden.
In eerste aanleg werd het bezwaar van gedaagde ongegrond verklaard, waarna gedaagde beroep instelde. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV wegens ondeugdelijke motivering en oordeelde dat het dienstverband rechtsgeldig was geëindigd. Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd rechtsgeldig waren en dat het dienstverband daardoor rechtsgeldig is geëindigd. De Raad wijst op het ontbreken van tijdige en adequate informatieverzameling door het UWV en dat de door appellant gebruikte telefoonnotitie onvoldoende gewicht heeft. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het dienstverband rechtsgeldig is geëindigd door het aflopen van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.