ECLI:NL:CRVB:2005:AT3476

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/1717 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 AwbArt. 8:73 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in proceskosten na intrekking hoger beroep

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle, maar trok dit hoger beroep later in. Gedaagde verzocht vervolgens om veroordeling van appellant in de proceskosten. De Raad oordeelde dat appellant, nu het hoger beroep was ingetrokken, veroordeeld moest worden tot betaling van de proceskosten aan gedaagde, begroot op € 322,00.

De Raad overwoog dat kosten in eerste aanleg niet opnieuw vergoed kunnen worden omdat de rechtbank appellant toen al tot proceskostenvergoeding had veroordeeld. Daarnaast wees de Raad het verzoek om wettelijke rente af, omdat de Beroepswet geen grond biedt voor rentevergoeding na intrekking van het hoger beroep. De gemachtigde van verzoekster werd verwezen naar gedaagde voor eventuele rentevergoeding.

De uitspraak werd gedaan door mr. K.J.S. Spaas en is onherroepelijk. De proceskostenveroordeling betreft betaling aan de griffier van de Raad.

Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is veroordeeld tot betaling van € 322,00 aan proceskosten aan gedaagde.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/1717 WAO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21a van de Beroepswet inzake de kosten van het geding tussen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, appellant,
en
[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde, thans verzoekster.
I. INLEIDING
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de door de rechtbank Zwolle op 28 maart 2003, reg.nr: WAO 02/549, gegeven uitspraak.
Bij schrijven van 12 november 2004 heeft appellant het door hem ingestelde hoger beroep ingetrokken.
Bij schrijven van 1 december 2004 heeft gedaagde verzocht appellant in de proceskosten te veroordelen.
Appellant heeft in zijn brief van 8 december 2004 verklaard geen gebruik te maken van de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen.
Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.
II. MOTIVERING
Nu het hoger beroep door het bestuursorgaan is ingetrokken, is er aanleiding om het bestuursorgaan op grond van artikel 21a van de Beroepswet met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de kosten van gedaagde thans verzoekster, welke met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op € 322,00.
Verzoekster heeft in de bijlage bij haar brief van 1 december 2004 tevens aangegeven proceskosten te hebben gehad in eerste aanleg. Deze komen reeds niet voor vergoeding in aanmerking omdat de rechtbank appellant - in die procedure verweerder genoemd - in eerste aanleg tot proceskostenvergoeding heeft veroordeeld.
Naar aanleiding van het verzoek van verzoekster om appellant te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente overweegt de Raad dat, nu vorenvermeld artikel 21a zich beperkt tot de proceskosten, de Beroepswet niet de mogelijkheid biedt in hoger beroep nadat het bestuursorgaan het hoger beroep heeft ingetrokken, toepassing te geven aan artikel 8:73 van Pro de Awb. De gemachtigde van verzoekster zal zich met het verzoek om vergoeding van renteschade dienen te wenden tot gedaagde.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde tot een bedrag groot € 322,00 te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.
Aldus gegeven door mr. K.J.S. Spaas in tegenwoordigheid van mr. F.M.S. Requisizione als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2005.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) F.M.S. Requisizione.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
GdJ