ECLI:NL:CRVB:2005:AT3335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit wachtgeld wegens onbevoegdheid en inhoudelijke toetsing
Appellant ontving een wachtgelduitkering na ontslag bij zijn werkgever. De Raad van Bestuur vorderde een bedrag terug wegens onjuiste verrekening van neveninkomsten over januari tot en met augustus 1995. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de Raad van Bestuur niet bevoegd was het terugvorderingsbesluit te nemen.
De bevoegdheid tot terugvordering lag bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die de uitvoering van het BWOO had overgenomen in de betreffende periode. Ondanks de onbevoegdheid van de Raad van Bestuur, heeft de Minister aangegeven het besluit alsnog voor zijn rekening te nemen.
De Raad toetst vervolgens de inhoudelijke rechtmatigheid van het besluit en bevestigt dat appellant door het niet melden van vakantiegeld en vergoedingen onverschuldigd te veel uitkering heeft ontvangen. De terugvordering is binnen de wettelijke termijn van vijf jaar en is redelijk gegrond.
De Centrale Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit van 9 april 1998 in stand. Daarnaast wordt appellant het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd wegens onbevoegdheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en appellant krijgt griffierecht vergoed.