ECLI:NL:CRVB:2005:AT3304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- H. Bolt
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging CAR/UWO-werkloosheidsuitkering zonder afbouwregeling na ontslag brandweerfunctionaris
Appellant, een voormalige brandweerfunctionaris, werd per 1 februari 1998 ontslagen wegens ongeschiktheid anders dan ziekte. Omdat het ontslag grotendeels aan zijn schuld te wijten was, kreeg hij een uitkering op grond van hoofdstuk 11 van de CAR/UWO, die aanvankelijk werd opgeschort vanwege ziektebetalingen.
Na een geneeskundig advies werd de opschorting beëindigd en ontving appellant vanaf 1 februari 1999 80% van zijn bezoldiging. De gemeente verlaagde de uitkering per 1 april 2002 naar 70%, zonder een afbouwregeling toe te passen. Appellant stelde dat deze verlaging onrechtmatig was.
De Raad oordeelde dat de opschorting van de uitkeringsregeling terecht was en eindigde op 1 februari 1999. De betalingen vanaf die datum waren conform artikel 11:17 CAR Pro/UWO en de gemeente had de uitkering moeten aanpassen volgens het schema, wat niet eerder was gebeurd. De latere verlaging per 1 april 2002 was daarom gerechtvaardigd zonder afbouwregeling. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Raad bevestigt de verlaging van de CAR/UWO-uitkering zonder afbouwregeling en verklaart het hoger beroep ongegrond.