ECLI:NL:CRVB:2005:AT3303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- H. Bolt
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging herzieningsbesluit BWOO-uitkering wegens onvoldoende feitelijke grondslag
Gedaagde ontving na ontslag een BWOO-uitkering op basis van een arbeidsurenverlies. Later bleek uit gegevens van de Belastingdienst dat gedaagde zelfstandigenaftrek had genoten, wat wijst op meer gewerkte uren dan opgegeven aan USZO. Appellant herzag daarop de uitkering en vorderde teveel betaalde bedragen terug.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde onjuiste opgaven had gedaan, maar achtte aannemelijk dat hij minder dan 1225 uur per jaar als zelfstandige werkte, mede omdat gedaagde de zelfstandigenaftrek corrigeerde. Daarom vernietigde de rechtbank het herzieningsbesluit wegens onvoldoende feitelijke grondslag.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte ex nunc had getoetst, terwijl ex tunc toetsing vereist is. De Raad overwoog dat de rechtbank ook andere gedingstukken had betrokken en dat het niet claimen van zelfstandigenaftrek geen doorslaggevende betekenis heeft. Tevens was appellant niet bevoegd voor terugvordering over 1998 vanwege het Besluit decentralisatie arbeidsvoorwaarden.
De Raad bevestigde het vernietigde besluit, veroordeelde appellant in proceskosten en bepaalde dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het herzieningsbesluit en veroordeelt appellant in de proceskosten.