ECLI:NL:CRVB:2005:AT3210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- H. Bolt
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Blijvende gehele weigering BWOO-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Belanghebbende had een BWOO-uitkering aangevraagd na ontslag per 1 december 2000. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap had de uitkering aanvankelijk toegekend, maar deze geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat belanghebbende niet verwijtbaar werkloos was.
De Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel herzien en geoordeeld dat belanghebbende verwijtbaar werkloos is geworden omdat hij ontslag nam terwijl hij uitzicht had op een nieuwe functie bij een ander bedrijf, maar zonder dat er zodanige bezwaren waren die voortzetting van zijn dienstverband redelijkerwijs onmogelijk maakten. De Raad achtte het werkloosheidsrisico te groot en vond geen acute medische noodzaak of conflictueuze situatie die ontslag rechtvaardigde.
De Raad bevestigde dat de Minister bevoegd was de uitkering blijvend geheel te weigeren op grond van het BWOO en de Regeling maatregelen sector OenW. Het bezwaar van belanghebbende tegen het oorspronkelijke besluit werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze een nieuw besluit op bezwaar beval. De Minister werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De uitkering ingevolge het BWOO wordt met ingang van 1 december 2000 blijvend geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.