ECLI:NL:CRVB:2005:AT3118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht bijstand en aanvraagvereisten volgens Algemene bijstandswet
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een bijstandsaanvraag met terugwerkende kracht vanaf 5 oktober 2000. Uit een telefonisch contact op die datum met een medewerker van de sociale dienst bleek geen ondubbelzinnige aanvraag om bijstand. Pas op 8 januari 2001 diende appellant een formele aanvraag in.
De Raad overweegt dat bijstand op grond van artikel 67 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) op schriftelijke aanvraag wordt verleend en in beginsel niet met terugwerkende kracht. Afwijking is slechts mogelijk bij bijzondere omstandigheden, die in deze zaak niet zijn aangetoond. Appellant voerde vertraging door onduidelijke informatie van de Arbo-dienst en voormalig werkgever aan, maar deze verklaring is onvoldoende onderbouwd.
De Raad bevestigt het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om bijstand toe te kennen vanaf 8 januari 2001 en wijst het beroep van appellant af. Tevens ziet de Raad geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstand wordt toegekend vanaf 8 januari 2001 en niet met terugwerkende kracht vanaf 5 oktober 2000.