ECLI:NL:CRVB:2005:AT3094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van praktische schatting bevestigd
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo die het besluit tot verlaging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van gedaagde vernietigde. De rechtbank had geoordeeld dat het besluit op een onjuiste wettelijke grondslag rustte en dat de praktische schatting van de verdiensten niet representatief was vanwege wisselende arbeidspatronen in de voorgaande jaren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat het besluit mede gebaseerd was op een theoretische schatting. De Raad stelt dat de schatting uitsluitend gebaseerd is op de feitelijke verdiensten van gedaagde als onderhoudsmonteur/klusjesman vanaf 1 november 1998, die passend en representatief worden geacht voor diens verdiencapaciteit. Medische gegevens en arbeidsdeskundige rapporten ondersteunen dat gedaagde deze werkzaamheden zonder relevante overschrijdingen kon verrichten.
Verder wijst de Raad het oordeel van de rechtbank af dat de verlaging van de uitkering met terugwerkende kracht onrechtmatig zou zijn, omdat gedaagde tijdig op de hoogte was gesteld van de uitkomsten van het arbeidskundige onderzoek en de praktische schatting. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van het Uwv gegrond, waarmee het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van het Uwv wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlaging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering blijft in stand.