ECLI:NL:CRVB:2005:AT3070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag en hoogte gedifferentieerde premie WAO
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep van gedaagde gegrond verklaarde. Het geschil betrof de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag en de hoogte van de gedifferentieerde premie voor de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) voor het premiejaar 2003.
De rechtbank oordeelde dat artikel 87e van de WAO zich niet verzet tegen een beoordeling in bezwaar of beroep van de juistheid van de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat dit oordeel in hoger beroep niet stand kan houden en verwees naar een eerdere uitspraak van 4 december 2003 (LJN: AO0381).
De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Vervolgens verklaarde de Raad het beroep van het UWV alsnog ongegrond, waarmee het standpunt van het UWV dat de gedifferentieerde premie 5,32% bedraagt, werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de gedifferentieerde premie WAO van 5,32% blijft gehandhaafd.